Data en analyses
De analyses maken gebruik van CBS Microdata. Deze gegevens bevatten gedetailleerde informatie op persoons- en adresniveau. Hierdoor is het mogelijk om nauwkeurig vast te stellen waar iemand is opgegroeid, of iemand werk heeft, en waar iemand woont.
Voor deze analyse zijn alle personen geselecteerd die in 1993 zijn geboren en een diploma op mbo-niveau hebben behaald. Afgestudeerden die na het mbo-diploma ook nog een hbo- of wo-diploma hebben behaald, zijn niet meegenomen. Dit is omdat we specifiek kijken naar de arbeidsmarktuitkomsten van mbo’ers.
Voor alle geselecteerde mbo-afgestudeerden wordt de situatie op de arbeidsmarkt gevolgd voor de leeftijden 18 tot en met 28 jaar oud. Per jaar wordt vastgesteld of iemand werkt of niet, dit kan zowel in loondienst als zelfstandig zijn.
Verhuisbewegingen worden gevolgd vanaf het 12e tot en met het 28e levensjaar. Dit leidt tot een uitgebreide woonhistorie op individueel niveau. Aan de hand van deze woonhistorie, worden verhuispatronen in kaart gebracht en is iedere persoon ingedeeld in een van vijf categorieën. Deze categorieën komen ook veelvoudig terug in kaarten en grafieken op deze pagina.
Verhuispatronen:
- Lokale blijver: Woont op 28-jarige leeftijd in dezelfde gemeente als op 12-jarige leeftijd en heeft maximaal twee jaar elders gewoond.
- Regionale blijver: Woont niet meer in dezelfde gemeente als op 12-jarige leeftijd, maar nog wel binnen een straal van 40 km, met maximaal twee jaar buiten deze straal.
- Lokale terugkeerder: Woont op 28-jarige leeftijd opnieuw in dezelfde gemeente als op 12-jarige leeftijd, maar heeft meer dan twee jaar elders gewoond.
- Regionale terugkeerder: Woont op 28-jarige leeftijd opnieuw in dezelfde regio (binnen 40 km) als op 12-jarige leeftijd, maar heeft meer dan twee jaar buiten deze regio gewoond.
- Nieuwkomer: Woont op 28-jarige leeftijd op meer dan 40 km afstand van de gemeente waar hij/zij op 12-jarige leeftijd woonde.
De afstand van 40 km is gekozen omdat mensen vaak niet-werkgerelateerde redenen aangeven voor een verhuizing binnen deze afstand. Bij verhuizingen van meer dan 40 km spelen werk gerelateerde factoren vaker een rol. Dit kan twee effecten hebben: verhuizen binnen 40 km behoudt locatiegebonden kapitaal, zoals lokale netwerken, wat gunstig kan zijn voor de arbeidsmarktpositie. Aan de andere kant kan een verhuizing over grotere afstanden, vaak voor werk, juist leiden tot betere arbeidsmarktuitkomsten.
De grafieken en kaarten laten zien hoe deze categorieën van mobiliteit samenhangen met arbeidsmarktuitkomsten.